Welkom bij de Protestantse gemeente van    
Scherpenzeel / Munnekeburen
      

  Home           Meditaties 2017           Meditaties 2016
 

Meditatie

Verwondering

Eens, meer dan 2000 jaar geleden, gaf de keizer van het Romeinse Rijk,
 keizer Augustus, het bevel, dat iedereen zich moest laten inschrijven in de plaats waar hij vandaan kwam.
Marco, schrijver van de keizer in Rome, had de opdracht gekregen deze inschrijvingen te organiseren voor koning Herodes de Grote.
Samen met zijn vrouw Johanna en hun zoontje was hij naar Bethanië, een klein dorpje dicht bij Jeruzalem gereisd.
Marco werkte in Jeruzalem, en Johanna probeerde zich aan te passen aan het klimaat en vooral aan de cultuur van haar nieuwe woonplaats.
Dat was nog niet zo eenvoudig als ze van tevoren had gedacht.
Marco en zij werden gezien als vijanden, en ja, Marco werkte natuurlijk ook voor het Romeinse Rijk dat het volk en land overheerste.
Alleen met haar buurvrouw Mirjam, en met haar buurkinderen Maria, Martha en Lazarus had ze contact.
Vaak liepen ze samen naar de waterput, net buiten het dorp.
En langzaam, heel langzaam, begon Johanna te wennen in dat verre en vreemde Judea.
Hun gesprekken werden steeds vertrouwelijker naarmate Johanna de taal beter leerde spreken.
Regelmatig spraken ze over persoonlijke zaken, over hun dromen, hun verlangens.
Mirjam vertelde over haar droom en verlangen naar de woestijn die zal bloeien.
Ze sprak erover hoe dan de wolf zich zou neerleggen naast het lam.
Wanneer ze het daar over had, begon ze altijd helemaal te stralen.
Ja, zei ze, dan zullen zwaarden ploegijzers worden, en speren omgevormd tot snoeimessen.  
Op een avond, toen haar zoon en man sliepen, lukte het Johanna maar niet om in slaap te komen.
Na lang woelen en zuchten, besloot ze om op te staan.
Zachtjes deed ze haar mantel om, en liep naar de rand van het dorp.
Daar dacht ze na over wat Mirjam haar die middag weer had verteld.
Over een verlosser, die God zou sturen.
De Messias.
Samen hadden ze gelezen in de boekrol van de profeet Jesaja.
In haar hoofd hoorde ze nog hoe Mirjam citeerde:

5Een ​kind​ is ons geboren,een zoon is ons gegeven;de heerschappij rust op zijn schouders.
Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman,
Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.
Het had Johanna op een wonderlijke manier getroost, maar het had haar ook onrustig gemaakt.
Tenslotte was zij in de ogen van de meesten een buitenstaander, een heiden bovendien.
En als deze verlosser zou komen, wat zou dat dan voor haar betekenen?
Op een bijzondere manier voelde zij zich verbonden met dit land, deze cultuur, en ergens, diep van binnen, ook verbonden met de God van deze mensen.
Opeens voelde ze een klein handje in de hare.
 Naast haar was Maria gaan zitten.
Samen keken ze naar de sterren hoog boven hen.
Maria wees naar boven.
Daar zagen ze een grote ster, zo dichtbij, dat het leek of ze hem konden aanraken. ‘Het is een boodschap,’ fluisterde Maria, ‘er is een Koningskind geboren.
Laten we hem gaan zoeken!’
Maar het was midden in de nacht, koud en donker, en veel te gevaarlijk om nu op weg te gaan.
‘Morgen,’ zei ze tegen Maria, ‘morgen, en anders overmorgen.’
Aarzelend knikte Maria.
Johanna bleef nog een poosje staren naar die ene stralende ster.
Het was alsof ze een stem uit de hemel, of was het misschien in haar hart, hoorde: ‘Vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren.
Hij is de Messias, de Heer’!
De volgende morgen gingen Maria en Johanna op reis.
Tegen de schemering bereikten ze Bethlehem.
Terwijl ze met elkaar spraken waar ze heen moesten, kwamen ze een groepje herders tegen.
Die stuurden hen naar een stal, waar ze een pas geboren kind zagen, gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe.
Enthousiast rende Maria op het kindje af.
Johanna volgde iets kalmer.
Maar op het moment dat ook zij knielde voor het kindje, wist ze: Ook voor haar was Hij gekomen als redder van de wereld.
Ook voor haar was er een plaatsje.
Ook zij mocht er zijn!
Dit was de Vredevorst, Immanuël, God met ons, God met haar!
Vol verwondering besefte ze dat ook zij een kind van God was.
Vol verwondering voelde ze hoe zij geheel en volledig werd geaccepteerd door dit kind.    
Hoe het verhaal verder ging?
Het kindje met de naam Jezus, ging met zijn ouders wonen in Nazareth.
Maria groeide op met haar zus Martha en broer Lazarus.
Jaren later raakten zij bevriend met Jezus, en hij bezocht hen regelmatig in Bethanië.
Johanna en Marco gingen in Jeruzalem wonen.
Hun zoon groeide daar op en maakte carrière in het Romeinse leger, en werd uiteindelijk centurio.
In die rol was hij getuige van het sterven van Jezus.
En in die rol getuigde hij dat deze mens werkelijk Gods zoon was.

 

Goede kerstdagen gewenst

 

Esther Pierik

Kerkelijk werker